Deel 9: ondernemers

Voordelen ondernemers, agrarische maatschap

Op 1 januari 2010 is de nieuwe Successiewet in werking getreden. Reeds besproken zijn in de voorafgaande delen: het partnerbegrip, de nieuwe tarieven en vrijstellingen en de bestrijding van diverse constructies voor de erf- en schenkbelasting.
Dit deel gaat over de voordelen uit de Successiewet voor ondernemers, alsmede over de aanpak van het maatschapscontract in de agrarische praktijk. De bedragen die hieronder staan zijn in 2011 wel geïndexeerd.

Aanpak maatschapscontracten

Eerst het vervelende nieuws: in 2009 heeft de Hoge Raad, de hoogste rechter van Nederland, beslist dat als een agariër met zijn zoon afspreekt dat hij het bedrijf tegen de ‘agrarische waarde’ (ook wel: going-concernwaarde) mag overnemen, er geen schenking te constateren valt. Er kan dan dus ook geen schenkbelasting worden geheven. De agrarische waarde is in bijna alle gevallen lager dan de ‘verkoopwaarde’ bij opheffing van het bedrijf (dit noemen we ook wel de liquidatiewaarde). Er zit vaak veel vermogen in het bedrijf (vooral veel percelen grond), terwijl het inkomen ‘mager’ is.
Onder de nieuwe wet wordt er ‘fictief’ in zo’n situatie een schenking geconstateerd. Toch vallen de gevolgen vaak mee, als de voortzetter van het bedrijf het ten minste vijf jaar volhoudt! Zie de volgende alinea.

Voordelen voor ondernemers

Onder de nieuwe wet gelden voor ondernemers heel voordelige regelingen. Als iemand zijn bedrijf schenkt of nalaat aan een opvolger, hoeft er geen of heel weinig erf- of schenkbelasting te worden betaald. Vanaf 2010 geldt namelijk het volgende:

Als de voortzetter het bedrijf ten minste 5 jaar voortzet, wordt:

  1. als de liquidatiewaarde hoger is dan de going-concernwaarde, de belasting over het verschil voor 100% kwijtgescholden;
  2. de belasting kwijtgescholden voor 100% voor zover de schenking of erfenis ziet op een bedrijf dat niet meer waard is dan € 1.000.000;
  3. de belasting kwijtgescholden voor 83% voor zover de schenking of erfenis ziet op een bedrijf dat meer waard is dan € 1.000.000.

Een voorbeeld waar alle drie de punten in terugkomen: een agrarisch bedrijf heeft een liquidatiewaarde van € 3.500.000, maar een going-concernwaarde van € 3.000.000. Het hele bedrijf wordt nagelaten aan de zoon, die het bedrijf ten minste vijf jaar voortzet.

Het volgende geldt dan:

  1. de belasting over het verschil tussen de liquidatiewaarde en de going-concernwaarde wordt voor 100% kwijtgescholden, ofwel over € 3.5000.000 -/- € 3.000.000 is € 500.000;
  2. de belasting wordt kwijtgescholden voor 100% over het gedeelte van het bedrijf tot € 1.000.000;
  3. de belasting wordt kwijtgescholden voor 83% over het restant ad € 2.000.000,
  4. zodat de zoon nog maar over € 340.000 belasting hoeft te betalen, terwijl hij een bedrijf verkrijgt met een waarde van € 3.500.000!!

U begrijpt dat als er ook nog een dochter is die € 3.500.000 als ‘gewoon’ vermogen erft (dus geen bedrijf), zij 20% procent belasting betaalt over dat hele bedrag. De zoon heeft dan veel meer voordeel dan de dochter. Dit kan soms ‘oneerlijk’ aanvoelen als je gaat voor “gelijke monikken, gelijke kappen”. Hierover zal in de familie overleg moeten plaatsvinden en eventueel kunnen de ouders hier in de testamenten nog het nodige op aanpassen.
Nog een voorbeeld, waarschijnlijk meer herkenbaar voor de meesten: een bedrijf heeft een liquidatiewaarde die gelijk is aan de going-concernwaarde van € 150.000. Het hele bedrijf wordt nagelaten aan de dochter, die het bedrijf ten minste vijf jaar voortzet. De dochter hoeft dan geen belasting te betalen over haar verkrijging!

Voor deze belasting voordelen geldt nog een aantal extra voorwaarden, vooral bij aandelenoverdrachten en gefaseerde bedrijfsoverdrachten, die te ingewikkeld zijn om hier te behandelen.

Gratis informatie

Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u vrijblijvend een afspraak maken.


inloop spreekuur
Alles over

Maak een keuze:

Zoeken

Nieuwsbrief

Uw Naam:

Uw E-mailadres:

Zo zijn we niet getrouwd.
Banner
Foto