Deel 1: algemeen

Terminologie, partners, tarieven en vrijstellingen

Op 1 januari 2010 is de nieuwe Successiewet in werking getreden. De belangrijkste wijzigingen zullen op deze website door Vechtstede Notarissen worden besproken in tien delen, waarvan dit deel 1 is.

Terminologie

Een wijziging die doorwerkt in de gehele wet is de veranderde terminologie: we waren altijd gewend te praten over successierecht en schenkingsrecht. Vanaf 1 januari 2010 zullen we de termen ‘erfbelasting’ en ‘schenkbelasting’ gaan gebruiken. Zoals deze termen aangeven, regelt deze wet de belasting die is verschuldigd als je iets erft of iets geschonken krijgt.

Partners; algemeen

Krijg je een erfenis, dan kan het zijn dat er erfbelasting verschuldigd is. Hoeveel dat is, hangt af van de tariefgroep die van toepassing is. Dit heeft alles te maken met de volgende wijzing in de nieuwe Successiewet: het begrip ‘partner’. Het maakt nog al wat uit of je wel of niet ‘partner’ in de zin van de Successiewet bent. Op een partner zijn namelijk de gunstigste tariefgroepen en vrijstellingen van toepassing, maar gelden er ook zogenaamde ‘fictiebepalingen’ die kunnen zorgen voor méér belastingheffing.

Vrijstellingen en tarieven voor partners

Voor ‘partners’ in de zin van de Successiewet geldt in de erfbelasting een vrijstelling van € 600.000. Verder is op hen tariefgroep 1 van toepassing. Dit betekent dat als een partner meer krijgt dan de vrijstelling, de partner over de eerste € 115.000 boven de vrijstelling 10% erfbelasting is verschuldigd. Wordt er nog meer verkregen, dan wordt over dat meerdere 20% erfbelasting geheven.

Is een verkrijger geen partner in de zin van de Successiewet, dan geldt ‘slechts’ een vrijstelling van € 2.000. Daarboven is over de eerste € 115.000 een erfbelasting verschuldigd van 30% en daar weer boven 40%.

Hoe wordt je partner?

De regeling wordt minder ruim dan voorheen! In de nieuwe Successiewet kan iedere persoon op enig moment ten hoogste één partner hebben.
Twee personen worden alleen als elkaars partner aangemerkt als zij met elkaar gehuwd zijn of een geregistreerd partnerschap aangegaan zijn. Ook worden als partners aangemerkt zij die ongehuwd zijn en gedurende een periode van respectievelijk 6 maanden (in geval van overlijden) en 2 jaar (in geval van een gift):

  • beiden meerderjarig zijn;
  • een gezamenlijke huishouding hebben gevoerd (bij de gemeente ingeschreven op hetzelfde adres);
  • een wederzijdse zorgverplichting hebben die is aangegaan bij een notariële akte (samenlevingscontract);
  • geen bloedverwanten in de rechte lijn zijn, en
  • niet met een ander aan de hiervoor genoemde voorwaarden voldoen.

Verschil oud & nieuw

Onder de oude regeling was het mogelijk om meerdere personen als partner aan te wijzen, denk aan broers of zusters die samenwonen, met als gevolg dat ze elk voor een gunstig tarief en een mooie vrijstelling in aanmerking kwamen.
Per 1 januari zal een keuze moeten worden gemaakt wie als partner wordt aangemerkt.

Samenlevingscontract niet altijd nodig?

Voor mensen die reeds gedurende vijf jaar een gemeenschappelijke huishouding voeren en op hetzelfde adres staan ingeschreven, geldt de eis van een notarieel samenlevingscontract niet. Toch kan het voor hen, onder omstandigheden, belangrijk zijn om toch een samenlevingscontract op te stellen, namelijk in verband met het pensioen en/of in de situatie dat er kinderen zijn.

Gratis informatie

Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u vrijblijvend een afspraak maken.


inloop spreekuur
Alles over

Maak een keuze:

Zoeken

Nieuwsbrief

Uw Naam:

Uw E-mailadres:

Zo zijn we niet getrouwd.
Banner
Foto